De beleggingsportefeuille – basics

Categories Investeren & cashflow
Belegginsportefeuille

Als je gaat beginnen met beleggen zie je door de bomen het bos niet meer. Aandelen, obligaties, opties, futurecontracten, ETFs, index funds, de termen vliegen je om de oren. Wat moet je nou doen? Hoe stel je een goede beleggingsportefeuille samen?

Een basic beleggingsportefeuille samenstellen

In één van de eerdere posts over beleggen om vermogen op te bouwen schreef ik al over de drie regels: diversificatie, passief beleggen, lage kosten. Deze drie regels geven je houvast bij het samenstellen van een beleggingsportefeuille. In principe investeer ik niet in losse aandelen (met één uitzondering), want ik wil diversificeren, met andere woorden mijn risico spreiden. Dat doe ik door in ETFs te beleggen, Exchange Traded Funds. Dit is een soort beleggingsfonds dat met jouw inleg een heleboel onderliggende stukken aankopen. Dat kunnen aandelen zijn, of obligaties, of een combinatie van die twee. Soms zijn het alle aandelen uit een beursindex, dan noemen we de ETF een index tracker, soms is het een ETF die gefocussed is op een bepaald marktsegment, noem maar op.

ETFs zijn een waanzinnig middel om een goede beleggingsportefeuille op te bouwen. Je krijgt de mogelijkheid tot enorme diversificatie, die vele malen goedkoper is dan zelf alle onderliggende aandelen te kopen (scheelt transactiekosten!). Ook kan je hierdoor passief beleggen, in ETFs die een bepaalde markt of index volgen. Je kan dus heel eenvoudig voldoen aan alle drie de regels.

Standaard verdeling

Als basis is een verdeling tussen aandelen (brede indextrackers) en obligaties aan te bevelen. Vaak wordt er in (Amerikaanse) literatuur gesproken van een three-fund-portfolio, een portefeuille die bestaat uit drie ETFs: Amerikaanse aandelen, internationale aandelen, obligaties. Voor Europese beleggers adviseer ik sowieso om goed te spreiden tussen Europa en de VS. Of het zinvol is een binnenlandse index en een internationale index te kopen weet ik niet. In Nederland is de AEX te klein, slechts 25 bedrijven. Daarom kies ik voor een 50/50 verdeling tussen de VS en Europa. Het is aan te bevelen om het gedeelte obligaties in je eigen land, of in elk geval in je eigen valuta aan te houden. Daarom beleg ik mijn obligaties in een Europees fonds zonder spreiding naar de VS.

Hoe verdeel je nou de ETFs over je beleggingsportefeuille? Een van de meest simpele is de “age in bonds” regel. Dat houdt in dat als je 25 bent, je 25% van je portefeuille in obligaties aanhoudt en dus 75% in aandelen. De reden hiervoor is dat naarmate je ouder wordt je risicotolerantie ook minder wordt. Het moment van stoppen met werken komt immers steeds dichterbij, dus wil je een minder bewegelijke portefeuille hebben. Een beleggingsstrategie die 100% in aandelen zit is te riskant.

Herbalanceren

Daarbij komt nog dat met een gedeelte in obligaties je tegen de markt in kan herbalanceren. Dat houdt in dat je als je een verdeling 75/25% hebt, en aandelen zo hard stijgen dat de werkelijke verdeling 80/20 is geworden, je wat aandelen kan verkopen en obligaties kunt aankopen. Dat zorgt ervoor dat je winst neemt op de hardlopers, en wat meer inzet op de achterblijvende onderdelen van je portefeuille.

Ik vind deze age in bonds regel zelf iets te conservatief, en beleg graag wat agressiever. Dat betekent dat ik ongeveer mijn leeftijd min 10 in obligaties aanhoud. In een volgende post zal ik mijn huidige portefeuille beschrijven. Deze wijkt iets af van een standaard three-fund-portfolio.

Hoe ziet de verdeling van jullie beleggingsportefeuille eruit?

1 thought on “De beleggingsportefeuille – basics

Reageren op dit bericht