Progressie naar financiële onafhankelijkheid (1/2)

Categories Investeren & cashflow
financiele onafhankelijkheid

Mijn weg naar financiële onafhankelijkheid is pas net begonnen. Ik ben de stad nog niet uit op deze roadtrip, als je die vergelijking mag maken. Maar ik rijd de goede kant op. Het afgelopen jaar is mijn vermogen gestegen en heb ik me aan het spaarpercentage gehouden. Vandaag iets over hoe ik mijn progressie meet.

Lange termijn

Mijn doel op de lange termijn is financieel onafhankelijk zijn, met andere woorden, genoeg passief inkomen te hebben om zonder inkomen uit arbeid rond te kunnen komen. Wat ik daarna ga doen weet ik nog niet. Misschien blijf ik werken en kan ik van veel luxe genieten. Misschien ga ik ander werk doen, waar ik minder mee verdien maar meer van geniet. Misschien ga ik part-time werken. Het zal nog een paar jaar duren voordat ik zover ben denk ik.

Met bovenstaande definitie van financiële onafhankelijkheid ontstaan er twee hele belangrijke meetwaarden die geoptimaliseerd moeten worden. De ene is passief inkomen, de andere de uitgaven. Beiden spelen een rol in mijn zoektocht. Als mijn passieve inkomen groter is dan mijn jaarlijkse uitgaven dan ben ik financieel onafhankelijk. Zo eenvoudig is dat.

Passief inkomen

Mijn beleggingsportefeuille bestaat zeker niet alleen maar uit fixed-income beleggingen. In tegendeel. Een klein stuk van de portefeuille bestaat uit obligaties, en daarnaast heb ik twee beleggingen in crowdfunding. Behalve die twee (en crowdfunding laat ik aflopen en stap ik voorlopig niet meer opnieuw in) heb ik aandelenfondsen en cryptocurrencies. In de toekomst wil ik daar te verhuren vastgoed aan toevoegen. Het vastgoed is een vorm van vast inkomen. Als ik een pand heb, dan zal ik het netto inkomen (na kosten én reserveringen voor onvoorziene kosten) meetellen als passief inkomen.

Voor alle andere investeringen neem ik de waarde in euro’s als basis, en volg ik de 3,5% regel. Dit is een modificatie (conservatiever) van de oorspronkelijke 4% regel die stelt dat je elk jaar 4% van de waarde van je beleggingen kunt opnemen en meestal niet blut bent na 30 jaar. Aangezien we in Nederland belast worden op vermogen, en ik mijn pensioen langer plan dan 30 jaar, wil ik conservatiever zijn en met 3,5% rekenen. Dit betekent wel dat ik meer vermogen nodig heb om dezelfde uitgaven te kunnen bekostigen.

Uitgaven

Mijn uitgaven houd ik bij met YNAB, zoals ik in eerdere blogs al heb aangegeven. Daardoor kan ik heel snel inzicht krijgen in het patroon van uitgaven. In mijn rapportages kijk ik in de maand naar waar mijn uitgaven naar toe gaan, denk aan categoriën. Over het hele jaar heen kijk ik met name naar mijn totale lopende uitgaven over de afgelopen 12 maanden. In januari bestaat dat getal dus uit de uitgaven van jan-dec het jaar ervoor. In april bestaat het uit de uitgaven april het jaar ervoor tot en met maart van het huidige jaar.

Mijn passieve inkomen druk ik dan uit als percentage van de lopende kosten over de afgelopen twaalf maanden. Dat is mijn FI-percentage. Als het 100% is ben ik klaar. In 2017 begon ik met ongeveer 0,2%. Net begonnen, nog een lange weg te gaan. Eind december stond ik op 4,25%! Dat betekent dat ik al iets meer dan 2 weken aan kosten kan overbruggen vanuit mijn beleggingen.

Ik hoop dit jaar mijn uitgaven gelijk te houden, en mijn spaarpercentage (en daarmee de waarde van mijn beleggingen) te laten groeien. Daarmee hoop ik het vermogen sneller te kunnen laten groeien dat afgelopen jaar, en in januari 2019 trots te kunnen zeggen dat ik  niet 4,25%, maar 10% FO ben!

Mijn volgende post gaat over de metingen die ik korte termijn doe, om deze lange termijn metingen in het groen te houden.

Hoe meten jullie de voortgang naar financiële onafhankelijkheid?

1 thought on “Progressie naar financiële onafhankelijkheid (1/2)

Reageren op dit bericht